Thuis laden: laadpaal, kosten en slim laden op het goedkoopste moment
Ongeveer tachtig procent van alle laadbeurten gebeurt thuis. Wie het goed regelt, rijdt voor een fractie van de kosten van een benzineauto. Wie het slecht regelt, staat elke week aan een dure publieke paal. Dit is wat je moet weten voordat je een elektrische auto koopt.
Waarom een gewoon stopcontact niet volstaat
Technisch kun je elke elektrische auto op een gewoon stopcontact laden met de meegeleverde noodkabel. Praktisch is het zelden een goed idee. Zo'n kabel levert ongeveer 2,3 kW: een accu van 77 kWh vullen duurt daarmee ruim dertig uur.
Belangrijker is de belasting. Een gewone groep is niet ontworpen om urenlang op tien ampère te draaien. Oude bedrading, verlengsnoeren en haspels zijn een reëel brandrisico; verzekeraars stellen daar in toenemende mate eisen aan.
Een vaste laadpaal of wallbox is daarom vrijwel altijd de juiste investering. Die heeft een eigen groep, een aardlekbeveiliging die geschikt is voor gelijkstroomlekken, en communiceert met de auto over hoeveel stroom er veilig geleverd kan worden.
1-fase of 3-fase: wat heb jij nodig?
De meeste Nederlandse woningen hebben een 1-fase-aansluiting van 35 ampère. Daarmee laad je maximaal 7,4 kW — genoeg om een accu van 77 kWh in ongeveer elf uur te vullen. Voor iemand die dagelijks 50 kilometer rijdt is dat ruim voldoende: die laadt in anderhalf uur bij wat hij die dag verbruikt heeft.
Met een 3-fase-aansluiting laad je tot 11 kW, en dezelfde accu is in ruim zeven uur vol. Dat is prettig als je 's avonds laat thuiskomt en 's ochtends vroeg weer weg moet, of als je huishouden een hoge gelijktijdige belasting heeft.
Let op dat de auto het ook moet ondersteunen. Alle acht modellen in ons overzicht kunnen driefasig 11 kW; de BMW i4 optioneel zelfs 22 kW. Verzwaren van 1 naar 3 fasen kost bij de netbeheerder doorgaans enkele honderden euro's plus een hogere vaste netbeheerbijdrage per maand — reken uit of je het nodig hebt voordat je het doet.
Wat kost een laadpaal?
Voor een eenvoudige wallbox zonder slimme functies betaal je circa €500 tot €800. Een slimme laadpaal met app, load balancing en dynamische tariefsturing kost €900 tot €1.500. Installatie door een erkende installateur komt daar bovenop: reken op €300 tot €900, afhankelijk van de afstand tot de meterkast en of er gegraven moet worden.
Belangrijke functie om op te letten is load balancing: de laadpaal meet hoeveel stroom de rest van het huis gebruikt en past het laadvermogen daarop aan. Zonder die functie kan de hoofdzekering eruit vliegen als de vaatwasser, de wasdroger en de auto tegelijk aanstaan. Met een warmtepomp in huis is load balancing vrijwel verplicht.
Woon je in een appartement of huurwoning, dan is een eigen paal vaak niet mogelijk. Kijk dan naar een openbare laadpaal aanvragen bij de gemeente (meestal gratis, doorlooptijd enkele maanden) of naar laadpleinen in de buurt. Realiseer je wel dat publiek laden structureel twee tot drie keer zo duur is.
Slim laden: het echte verschil in je portemonnee
Met een dynamisch energiecontract verandert het stroomtarief elk uur. 's Nachts en op zonnige, winderige middagen is stroom fors goedkoper — soms zelfs negatief geprijsd. Een slimme laadpaal die op die uren stuurt, haalt gemiddelden onder de €0,20 per kWh, tegenover €0,28 bij een vast contract.
Bij 15.000 kilometer per jaar en 15 kWh per 100 kilometer scheelt dat ongeveer €180 per jaar. Bovendien laad je dan op momenten dat het net minder belast is, wat het hele systeem helpt.
Heb je zonnepanelen, dan is overschotladen interessant: de laadpaal laadt alleen met wat je panelen op dat moment meer opwekken dan het huis verbruikt. Sinds de afbouw van de salderingsregeling levert zelf verbruiken meer op dan terugleveren, dus die functie verdient zichzelf sneller terug dan een paar jaar geleden.
Hoe vaak en hoe vol laden?
Voor het dagelijkse gebruik adviseren vrijwel alle fabrikanten om de accu tussen 20 en 80 procent te houden. Een lithium-ionaccu veroudert het snelst bij een hoge laadstand, en zeker als hij daar lang op blijft staan. Alle auto's in ons overzicht laten je een laadlimiet instellen — zet die op 80 procent en vergeet het verder.
Voor een lange rit laad je gewoon tot 100 procent, maar plan het zo dat je kort daarna vertrekt in plaats van de auto een nacht vol te laten staan.
Auto's met een LFP-accu (bij sommige instapversies) zijn hier juist de uitzondering: die willen periodiek wél naar 100 procent, omdat het beheersysteem anders de accustand verkeerd inschat. Controleer wat jouw auto heeft — het staat in het instructieboekje.
Een laadpas is nog steeds nodig
Ook als je thuis laadt, wil je een laadpas voor onderweg. De tarieven verschillen fors per aanbieder en per netwerk: dezelfde snellader kan met de ene pas €0,59 en met de andere €0,89 per kWh kosten.
Vergelijk op drie dingen: het kWh-tarief bij de snelladers die jij gebruikt, de eventuele starttarieven, en de maandelijkse abonnementskosten. Voor wie vooral thuis laadt is een pas zonder abonnement met een iets hoger kWh-tarief meestal voordeliger.
Rijd je een Tesla, dan heb je voor de Superchargers geen pas nodig; de afrekening loopt automatisch via je account. Voor overige netwerken heb je die pas alsnog nodig.